2010-2011
Achterna gedragen
dagboek Piet-Jan
3 januari 2011
* het materiaal schuift heel traag langs elkaar en ik probeer er zo min mogelijk aandacht aan te schenken. Allerlei afleidingsmanoeuvres: thee zetten, schoonmaken, boodschappen doen, e-mailen, telefoneren, het is een bekend ritueel, alles net zo lang tot ik explodeer van onrust, en dan komt de hele boel plotseling en snel om de hoek en staat in m'n kamer. Afwachten dus.
* nadenken is niet de juiste term, want ik denk juist niet. Het is meer een staat van zijn. Het materiaal is inmiddels zo bekend dat het zelfs in mijn dromen langskomt, het moet nu alleen nog zijn definitieve gedaante krijgen. Dat moet zichzelf oplossen ergens in m'n achterhoofd, en mijn rationele deel (niet mijn sterkste onderdeel) moet zich daar niet te veel tegenaan bemoeien..
4 januari, 23.20 uur
vandaag begonnen, opnamen gemaakt met de AKG: weerberichten, geneurie. Ik vond in de 1941 opname van de Pelleas een stukje aan het slot waar Melisande vraagt om het raam te openen: dat ga ik gebruiken, als radio-uitzending. Heb ook uitgezocht hoe ik een equalisatie moet automatiseren. Dan leg ik die filteringen over de neurie opnamen heen, klinkt namelijk precies als de opname van een opstekende storm die ik verderop wil gebruiken. Ga niet al te laat slapen, ben benieuwd of het lukt, 3 koffie op, want in Zevenbergen een Nespresso-machine gekocht. De schuld van George Clooney.

 

6 januari 19.28
Hele dag gewerkt aan de openings-scene. Halverwege het werk een fles Moet-chandon geopend, wat goed hielp. Hilarisch fragment gemaakt, maar niet zeker of ik dat morgen ook nog vind. Gisterenavond laat nog een vormschema geschreven voor het geneurie van het begin, wat precies en hoe lang. Dat vandaag opgenomen. Geprobeerd met eq het geluid van de wind aan het eind van de scène na te bootsen. Het is al met al een vreemd fragment aan het worden. Cassettebandje uit 1980 tevoorschijn gehaald voor radio-geluid. Het is een opname van Messiaen met veel storing en morse-signalen. Uiteindelijk alleen de omroepster overgenomen en omgedraaid, en de morse-signalen nagemaakt met sinustonen, klinkt exact hetzelfde, alleen veel werk. Verder de pendelbeweging van het oude begin even naar voren gehaald met hilarische akkoorden er boven, een soort hele foute en mislukte showmuziek, noem het maar het champagne-fragment. Nu wat koken en ontspannen want morgen gewoon weer in de winkel staan.

 

 

16 januari 23.00

Ben als een idioot heen en weer aan het schuiven van het ene plan naar het andere. Wel of geen piano-intro, wel of geen pendel bes/a in de sopraan, Nu weer het champagnefragment weggehaald, was prachtig, maar hield de flow tegen. Harde dobbers zijn dat. Drink nu een fles nep-champagne, maar ik kan niet zeggen dat me erg goed bekomt, word er een beetje misselijk van.

 

20 maart 22.20

Voor Achterna gedragen ben ik dieper in de wereld van het concrete geluid gedoken. Ik wilde Weberniaanse structuren maken met concrete geluid. Ongebruikelijk. Ik begon met een opname uit 2008. Een haven in Zweden, Visby, er ligt een grote ferryboot aangemeerd. De boot schuurt tegen de kade en het meertouw doet de klink op de jade op en neer gaan. Er klinken hierdoor steeds kleine flarden melodie. Ik loop een aantal avonden rond en maak opnamen, ook op een stormnacht. Met dit materiaal maakte ik in 2008 een eerste studie voor AG in de elektronische studio van Visby. Zeppelindrommar heet dat werk. 2010 begin ik met het opnemen van langsrijdende treinen op station Lage Zwaluwe, de Thalys, goederentreinen, Ook hier de fascinerende klank van ijzer tegen ijzer. Een tweede materiaal voor AG. Ik maak ook opnamen van wind. Op Furillen, een schiereiland van Gotland, maar ook in mijn eigen tuin. Hier zijn het vooral de ruisverplaatsingen die me bezig houden, ik neem me voor om een passage te componeren waar windstilte langzaam overgaat in een bries en vervolgens in storm. Een passage met alleen maar wind, geen enkele referentie meer naar de traditionele toonhoogte-organisatie. Verschillende groepen wind gebruikt als reeksen.

De gulden snede speelt in het werk een belangrijke rol. Veel passages met concreet materiaal zijn in gulden snede verhouding, zowel op micro als macroniveau. Hierbij kwamen de lessen van Jan Boerman, indertijd in de jaren 80, van pas. Hij leerde mij alle ins en outs over de gulden snede. Wel is mijn omgang met de Gulden Snede een dwarse, er vindt een soort kromrijm plaats, een assonerende Gulden Snede, die soms lijkt te kloppen maar er dan toch steeds net naast zit. De passage met de klok, met het schip, de trein, het vliegtuig, de zeppelin en de passage met de wind zijn op die manier gemaakt. En waar ik wilde liet ik de snede volkomen los en ging zelf lachend aan de haal. Het is een middel en geen doel immers.

Er is een tekst van Toon Tellegen en ik heb er lang mee geworsteld hoe of ik die tekst zou gaan presenteren. Er hebben een heel stel mislukte experimenten plaatsgevonden. Stemexperimenten, manieren om op een alternatieve wijze grote stukken tekst door te werken. Uiteindelijk vond ik de resultaten onbevredigend. Er zijn immers mensen die hun hele leven al met deze materie bezig zijn en natuurlijk hebben zij al lang bedacht waar ik mee kwam aandragen. Robert Ashley, Meredith Monk, Laurie Anderson, het stond allemaal te dicht bij hun werk in de buurt. En dus kwam ik terug bij het doodgewone tekst voorlezen. Maar dat dan met zoveel mogelijk timbres, gebruik makend van het karakter van de stem van de voorlezer. En die opnamen dan vervolgend door elkaar heen gemonteerd. Gezongen wordt er nauwelijks; alleen aan het slot. Verder is er wel geneurie en is er een citaat uit de Pelleas van Debussy, het moment waar Melisande op haar sterfbed vraagt of het raam open mag. Ik laat dit fragment letterlijk horen, vanaf een 78-toeren plaat uit de jaren 30. Maar het wordt ook geimiteerd door de hoofdpersoon. En de septiemakkoorden van Debussy vormen de enige melodisch/harmonische bouwsteen voor het werk. Afgezien van een solistische passage voor de piano, met bijval van de andere spelers, precies op de as van het werk, daar waar de vouw in de pagina zit en alles weer naar beneden glijdt.

21 maart 02.00

Het werk zit ook zo in elkaar dat het op verschillende snelheden over zichzelf heen loopt, Zo is er een moment waar het gehele werk langskomt in ca 45 seconden, 7 octaven hoger. Maar ook op de orginele toonhoogte, maar in zulke dunne schijfjes geknipt dat het effect optreedt van een film op hoge snelheid doorgespoeld: de beelden blijven intact, maar bewegen zo snel dat we ze niet meer herkennen.

Afgezien van de enkele instrumentale passage met septiemstapelingen zijn er nauwelijks traditioneel instrumentale passages. De piano, het slagwerk worden zo gebruikt dat ze niet refereren aan hun eigen geschiedenis, of misschien dan hooguit de zeer recente geschiedenis. Uitzondering zijn misschien de koebellen, gongen en tamtams die aan het eind opduiken en op hun meest elementaire wijze worden gebruikt. Ik heb een paar maanden mijn huis vol gongen en tamtams gehad en van alles geprobeerd, maar kwam er achter dat de instrumenten toch het beste functioneerden wanneer normaal bespeeld. Misschien heb ik ook wel een sik van al die fratsen op gongen en tamtams, al dat gekras en gejengel. Dat is net een keer te vaak gedaan. Als tegenhanger van het steeds psychotischer slot van het 2e bedrijf waren die elementaire klappen op tamtam juist erg goed.

Morse, een andere manier om tekst te presenteren. Ik heb het altijd betoverend gevonden, die morsesignalen uit de ruimte die de radio oppikte. Ik heb een aantal teksten van TT omgezet in morse en laat die deels live deels op de tape ‘uitspreken’. Op die manier ging de factor ‘verborgen boodschappen’ een rol spelen. Er zijn op verschillende manieren teksten verborgen. Er zijn ook cryptische teksten die de teksten van TT becommentarieren. Losse woorden in allerlei talen: spaans, frans, zweeds, zwitsers, engels, fins. Soms ook zinnen. Zinnen die misschien niet zozeer iets zeggen over de handeling of over de tekst van TT, maar meer een onderbuikgevoel verwoorden, voor zover dat gaat. En daarbij speelt de klank een even belangrijke rol als de inhoud. De inhoud zonder de klank zou zonder waarde zijn.

26 maart 17.00

De radio speelt in het werk een belangrijke rol. Ik stelde mezelf voor dat delen van de muziek klinken als uit de radio. Veel van de teksten zijn weerberichten, voorgelezen door Nederlandse en Engelse nieuwslezers, zij het soms met een vreemde intonatie of in een ongebruikelijke stemming. En door de radio zijn we weer bij de morsesignalen. Ik zocht de radio zoals ik me hem herinner uit mijn tienerjaren toen ik elektronische signalen leerde waarderen door van zender naar zender te spoelen. Ik nam veel cassettebandjes op. Een voorbeeld: de mooiste versie van Messiaen’s Quator pour la Fin du Temps is voor mij de radio-opname die ik in 1982 maakte: er klinken sinussen en verdwaalde morsesignalen doorheen. Als muziek uit een andere wereld. Zo beluisterde ik de klassieken, door de wind meegenomen, verwaaid, vaak mono. In wezen was de grammofoonplaat een soortgelijk medium, ingelijst door groefruis en af en toe een tik. Wat dat betreft ben ik niet een kind van het schoongepoetste digitale tijdperk. Ik vind dat soms maar bloedeloos. Maar dat is vooral een kwestie van smaak, dat weet ik. Hier en daar wordt rücksichtslos geknipt, zonder fades, splinterende montages. Ik had genoeg van al die ph-neutrale elektronische muziek. Het is immers zo eenvoudig om alles glad te strijken. In 2 minuten rekent pro-tools voor alle files een mooie fade uit en dan is alles gladgestreken. Alsof je iemand tegenkomt die louter mooi weer speelt en niets van zichzelf laat zien, of alleen de mooie kant.

11 april 14.15

Was dus plotseling klaar, zo gaat het nou altijd. Oneindig lang worstelen en opbouwende stress en dan plotseling een moment van grote helderheid waar alles op z’n plaats valt. In een paar dagen stond alles op z’n plek (na 3 jaar zoeken naar de juiste vorm). Nu nog finetuning en de partituur uitschrijven.

Het duurt ook altijd even voor ik besef dat ik klaar ben, dat kwartje valt erg langzaam.

Ik ben nu toch weer serieus aan het denken over aanschaf van m’n eigen Meijer-speakers. Afgelopen 8 april premiere van ‘And somewhere inbetween’ op Voi-z in Zwolle met 4 enorme Meijers in surround opstelling. Klonk toch wel superieur. Zoals Frank (van der Weij) zei: op een zeker moment gaan je oren naar een bepaald soort speaker staan en ga je je werken steeds meer op die sound afstellen. 

Heb alle cd’s van Sufjan Stevens gekocht, luister nu naar ‘Michigan’. Drink ook droevig veel koffie.

12 april 14.24

Maak me over één ding druk: dat men niet zal begrijpen wat ik heb gedaan met het concreet materiaal. De zorgvuldig gemonteerde storm in de eerste akte, de melodieen met het schurende schip, Ik denk dat vooral de wat conservatiever collega’s kunnen gaan roepen dat het slechts een soundscape is. Wat ik dan weer associeer met iets wat even in elkaar is gedraaid. Sommige oren zijn nu eenmaal zo onvolwassen dat ze volkomen uitschakelen zodra de viool uitblijft. Waar zijn de 12 tonen? Een piepende rem, dat is toch geen thema, hoe kan je dat nou doorwerken? Het is een oud dilemma, in 2001 al liep ik een opdracht mis bij het toen nog Fonds voor de Toonkunst nadat een commissielid ‘are you going out?’ als een soundscape had gebrandmerkt. Onbegrijpelijk. Ik heb me daar toen maanden, misschien eigenlijk wel jaren, kwaad over gemaakt. Een levenslang gevecht tegen een garde van oude dametjes die nog in een vorige eeuw leven. Als een chef die maanden heeft gewerkt op de textuur van een gerecht en een lomperik in z’n zaak krijgt die toch liever een worstebroodje heeft. Waar zijn de aardappelen? Het is wel een kleine portie! Mag ik de zout even, aub? En ik wil er een pils bij, ja?